Ga naar de inhoud van deze pagina.
WM - Jaarstukken 2025 WM - Jaarstukken 2025

Waarderingsgrondslagen

Waarderingsgrondslagen


Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn opgenomen tegen verkrijgingsprijs (= inkoopprijs plus bijkomende kosten minus bijdragen van derden). Het nettobedrag van de investering wordt door middel van afschrijvingen ten laste van de exploitatie gebracht. De afschrijvingen worden op basis van de verwachte levensduur lineair berekend. Deze levensduur is vastgelegd in de Nota Waardering en afschrijving vaste activa zoals deze is vastgesteld door de Raad. Alle investeringen die leiden tot activering hebben een minimale waarde van € 15.000. De Werkmaatschappij kent op dit moment alleen investeringen in ICT-middelen, die een afschrijvingstermijn hebben van vijf jaar.


Reserves en voorzieningen

Omdat de Werkmaatschappij is bedoeld als een uitvoerend verlengstuk van de beide gemeenten en omdat het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur worden gevormd vanuit de bestuurders van de gemeenten is er geen grond voor het kiezen voor een eigen algemene reserve voor de werkmaatschappij. Daarmee zou een extra beslag op publieke middelen worden gelegd terwijl de eindverantwoordelijkheid voor tekorten/overschotten in alle gevallen bij de beide gemeenten blijft. Daarnaast is een eigen vermogen c.q. een algemene reserve voor de werkmaatschappij niet nodig, omdat de exploitatie van de Werkmaatschappij jaarlijks wordt afgesloten met de verrekening van het exploitatiesaldo (voor- of nadelig) met de deelnemende gemeenten.

De Werkmaatschappij kent alleen voorzieningen, die wettelijk nodig zijn voor de reguliere bedrijfsvoering. Voor 2025 geldt dat de Werkmaatschappij voorzieningen heeft met betrekking tot voormalig personeel en spaarverlof, die gewaardeerd zijn tegen contante waarde.


Vlottende passiva

De waardering van de overige passiva vindt plaats tegen nominale waarde.


Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar

De waardering vindt plaats tegen nominale waarde.


Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De waardering vindt plaats tegen nominale waarde.


Normenkader

Bij de jaarrekening wordt een conclusie getrokken over het financieel rechtmatig handelen van de Werkmaatschappij. Hiertoe dient jaarlijks het normenkader geactualiseerd en vastgesteld te worden. Het normenkader is een overzicht van (financieel) gerelateerde wet- en regelgeving van hogere overheden en regelgeving van de Werkmaatschappij zelf, waarmee we in de uitoefening van haar taken en bevoegdheden te maken krijgen.

Het normenkader vormt een basis voor de rechtmatigheidsverantwoording 2025 door het DB. Om een conclusie te kunnen trekken over het rechtmatig handelen binnen de Werkmaatschappij, worden Verbijzonderde Interne Controles uitgevoerd. De Werkmaatschappij dient zicht te hebben op de relevante wet- en regelgeving. Deze zijn opgenomen in het normenkader.

Het jaarplan beschrijft de processen waar voor de beschreven jaren Verbijzonderde Interne Controles op worden uitgevoerd.


Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat:

  • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties
  • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
    • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 december 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld.
    • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.
    • Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.
  • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.


De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:

  • Een verantwoordingsgrens van 1% (zijnde € 531.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.
  • Een rapporteringstolerantie van € 26.550 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.


Algemeen

Alle bedragen zijn afgerond op duizenden euro's.